Wie was Herman van den Bosch

Herman van den Bosch werd in 1907 geboren in Amsterdam. Als Amsterdams jochie genoot hij van het leven in de grote stad. Mocht hij toen al iets getekend hebben, is daarvan niets bewaard gebleven. Alles wees er trouwens op dat hij de voorkeur gaf aan de technische kant van het tekenen. Tijdens een studiereis naar België tekende hij een reeks stadsgezichten en kerken. Deze getuigen van een perfecte technische beheersing. Herman vond werk bij het architectenbureau van Eduard Cuypers. Hij hield zich zowel met exterieurtekeningen bezig, maar kreeg al snel enige faam vanwege de interieurs die hij maakte. Naar de geest van de tijd (eind jaren twintig) waren die gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van tegelwerk. Hij was inmiddels ook begonnen met schilderen.

Vertrek naar Maastricht

De crisis in het begin van de jaren dertig beëindigde zijn Amsterdamse loopbaan, maar zijn toenmalige werkgever zorgde ervoor dat hij in Maastricht aan de slag kon als ontwerper bij de Sphinx. Hier kon hij zijn hart ophalen aan het ontwerpen van tegels en met name hele tegelinterieurs. Eind jaren dertig waren het wederom maatschappelijke ontwikkelingen die zijn levensloop bepaalden. Hij werd gemobiliseerd en was een van de vele duizenden Nederlandse soldaten die naar Engeland vluchtten. Over deze tocht, in paniek gemaakt in alles wat kon drijven, heeft hij later nog veel verteld, net zoals alles uit de tweede Wereld Oorlog een diepe indruk op hem had gemaakt.

De tweede Wereldoorlog

Herman had geruime tijd verkering met Jo Keizer. Voor haar had hij zich laten bekeren tot het Rooms katholieke geloof, al moet worden gezegd dat de barokke sfeer van het katholicisme hem ook aanstond. De oorlog zou hem tot D-day in Engeland houden. Zijn verhalen beschrijven een afwachtend leger, dat werd getekend door herhaaldelijke luchtaanvallen en het leven in de pubs. Vermoedelijk heeft hij nooit een pint zelf hoeven betalen. Hij tekende de clientè en die hielden hem en zijn vrienden graag vrij. In mei 1945 heeft Jo Keizer hem opgehaald uit een kazerne in Vught. Ze kreeg een ander mens terug dan de joviale bon-vivant uit de jaren dertig. Hij was getekend door de oorlog en met name diep geraakt door het gebrek aan waardering voor hem en zijn medesoldaten, eenmaal terug in de burgermaatschappij. Dit blijkt uit de talrijke (spot)prenten uit die tijd.

De Staar Ateliers

Samen met zijn oude vriend Hameleers richtte hij de Staar Ateliers op, een bureau voor reclamewerk. Elke dag toog hij naar de Bouillonstraat om winkeldecoraties te maken en advertenties te ontwerpen en hiermee pikte hij een graantje mee van de opkrabbelende economie. Alle dagen is te veel gezegd. Zodra het mooi weer werd toog hij met zijn 'ezel' het Limburgse land in. Uit die tijd dateren de vele aquarellen en olieverfschilderijen van boerderijen en stadsgezichten. Hij begon ook af en toe wat van zijn werk te verkopen, al ging dan niet van harte. Met tegenzin deed hij zijn mooiste werken van de hand op de jaarlijkse kunstmarkt op het Vrijthof. Nog veel van zijn schilderijen tonen op de achtergrond de prijs die ze daar hadden moeten opbrengen. Vijftien gulden, vijfentwintig gulden. Hij was een begaafde vormgever en schuwde ook het grotere werk niet. Hij geeft talrijke carnavalswagens ontworpen. De sprookjesachtige aankleding van bovenverdieping van de Grand Bazar ten tijde van Sinterklaas en Kerstmis was in de verre omgeving beroemd..

Ondergronds

Nadat de Staar Ateliers werden opgeheven zette hij zijn werk van parttime reclametekenaar en kunstschilder voort. Veel commercieel gewin leverde het allemaal niet op. Toen in 1959 zijn tweede kind werd geboren, vond hij dat zijn inkomstenpositie enige continuïit kon gebruiken. Hij weigerde resoluut het aanbod van de gemeente Maastricht om (tegen 'sociaal' tarief) als tekenaar te komen werken en in plaats daarvan ging hij ondergronds om in Valkenburg als hulplandmeter de grotten te meten en in kaart te brengen. In de afgelegen gangen zijn nog vele sporen van zijn aanwezigheid te vinden.

Het sociale leven in beeld gebracht

Zijn tekenactiviteiten concentreerden zich nu op de zaterdagen. Hij nam dan de fiets en België was zijn favoriete bestemming. Tot op late leeftijd weigerde hij een voet op Duitse grond te zetten. Hij nam geen ezel en verfspullen meer mee, maar in plaats daarvan gebruikte hij schetsboek en viltstift. Hij heeft vele honderden schetsen van Maastricht, Luik in alle vormen van stedelijke ontwikkeling en afbraak. Vooral de verzameling van schetsen uit Luik toont plekjes waarvan het bestaan niemand meer kent. Hij had er veel plezier in om afbeeldingen van gebouwen neergezet met de perfectie van weleer te combineren met schetsjes van het sociale leven. Een jong stel, een oud vrouwtje, een mooie dame. De laatste tekeningen dateren uit augustus '78. Daarna heeft hij geen pen, potlood of penseel meer aangeraakt. Wel kon hij met zichtbaar genoegen zijn vele schetsen doorbladeren. Wat restte waren de verhalen. Toen hij in 1993 stierf, waren de herinneringen aan vroeger inmiddels ook uitgedoofd.

De virtuele galerie

Het werk van Herman van den Bosch is van grote documentaire waarde. Het getuigt van vakmanschap, betrokkenheid bij de ontwikkeling van de stedelijke ruimte en landschappen, van gevoel voor waar gewone mensen mee bezig zijn en van een dosis humor. Vooral zijn schetsen, vaak met viltstift en pen gemaakt, getuigen van de ontwikkeling van een eigen stijl en artistieke persoonlijkheid. Wij willen een zo groot mogelijk deel van het werk van Herman van de Bosch bewaren in zijn virtuele galerie. In de jaren '50 en '60 heeft hij veel werk verkocht. Dat hangt hier en daar nog op of is inmiddels op zolder terecht gekomen. Wij willen komen graag in contact met de bezitters van dit werk. Het verdient een plaatsje in onze virtuele galerie. U kunt met ons in contact komen door hier te klikken.

Herman van den Bosch jr.